25
Oktober
In
Alausi overnachtten we omdat we vandaag de trein nemen naar Nariz del
Diablo (de neus van de duivel) Het speciale van deze treinrit is dat
de trein op een korte afstand een groot hoogteverschil moet
overwinnen, dit doet hij door een aantal speciale switchbacks waar de
trein verschillende malen vooruit en terug achteruit gaat , dan
wisselt van spoor en weer een stukje hoger waar hij weer vooruit en
achteruit en weer wisselt van spoor enz... Het is een redelijk
unieke constructie in een mooi Andes landschap. De aanleg van dit
stukje spoorweg was echt een hele opgave. Een paar duizend
werkmannen stierven bij de aanleg, ofwel door malaria of gele koorts
ofwel door slecht georganiseerde dynamiet ontploffingen die nodig
waren om de rotsen kapot te maken....
Na
onze treinrit, om 11 uur werden we door een chauffeur naar Cuenca
gebracht. Eerst 2,5 uur tot in Ingapirca, daar stopten we.
In
Ingapirca zijn de enige Inca restanten van de verdwenen Inca
beschaving te vinden. Belangrijkste restant is de zonnetempel. Deze
lijkt heel hard op de tempel van Machu Pichu wat de constructie
betreft, maar hij is heel anders gelegen, zowat midden in een
bewoonde omgeving. Toch is het wel indrukwekkend hoe de Inca's
omgingen met de zon, maan, seizoenen....
We
hadden er een rondleiding en daarna ging onze rit verder naar het nog
eens 1,5 uur verder gelegen Cuenca.
We
hadden geen tijd gehad om te eten en/of te drinken, dus aangekomen in
Cuenca was één van onze eerste dingen onze dorst gaan lessen in een
cafeetje vlakbij het hotel.
We
hebben de straatjes hier in de omgeving een klein beetje verkend,
maar hebben de stad nog niet bezocht, dat is voor morgen.
Ons
hotel is een oude posada die gerestaureerd is. Alles is oud maar
authentiek en het hele gebouw heeft een speciale, mooie uitstraling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten